Data

Date:
17-06-1997
Country:
Netherlands
Number:
96/449
Court:
Gerechtshof's Arnhem
Parties:
Bevaplast BV v. Tetra M├ędical SA

Keywords

HANDING OVER OF DOCUMENTS RELATING TO THE GOODS (ART. 34 CISG) - DOMESTIC LAW APPLICABLE TO DETERMINE EXISTENCE OF A DUTY

LACK OF CONFORMITY - DOCUMENTS RELATING TO THE MANUFACTURING PROCESS - TIME OF NOTICE OF LACK OF CONFORMITY (ART. 39 CISG)

Abstract

A French seller and a Dutch buyer concluded a number of contracts for the delivery of gas compressors. A customer to which the buyer had resold a part of the goods declared the sales contract avoided alleging that the compressors did not conform to the requirements of the Dutch legislation then in force. The buyer refused to pay the price for the compressors on the basis that the goods did not conform to the Dutch legislation and that the seller had breached its duty to hand over the documents containing information on the manufacturing process of the goods.

The lower Court's decisions mentioned Art. 34 CISG on the consequences of a seller's duty to hand over documents relating to the goods and discussed the question as to whether under the applicable domestic law the seller was obliged to hand over the documents on the manufacturing process even in the absence of a contractual agreement to do so.

On appeal the Court held that the buyer had lost the right to rely on the fact that the documents were missing since it had not examined the goods in as short a period as practicable and had not given notice to the seller within a reasonable time (Arts. 38 and 39 CISG). The buyer informed the seller almost three months after delivery, while it could be expected that a dealer in medical equipment such as the buyer would have checked immediately whether the requested documents were present and informed the seller of their absence shortly afterwards.

Fulltext

LOWER COURT DECISIONS:
Arrondissementsrechtbank Zutphen, 29 December 1994

[...]

'7.2. Partijen zijn gevestigd in respectievelijk Frankrijk en Nederland. Het op hun overeenkomst toepasselijke recht dient te worden bepaald aan de hand van het Verdrag van de EEG inzake het recht dat van toepassing is op verbintenissen uit overeenkomst, gesloten te Rome op 19 juni 1980 (Trb. 1980, 156 en 1991, 109), hierna te noemen het EVO. Ingevolge art. 3 EVO wordt voorrang gegeven aan een rechtskeuze van partijen. Gesteld noch gebleken is dat in casu een rechtskeuze is gedaan. Beoordeeld dient dan ook te worden, ingevolge art. 4 EVO, met welk land de overkomst het nauwst verbonden is. Dit is het land van de vestigingsplaats van de partij die de kenmerkende prestatie moet verrichten. Bij een koopovereenkomst is de verkoper degene die de kenmerkende prestatie dient te leveren, zodat op de overeenkomst van partijen het Frans recht van toepassing is.

Zowel Frankrijk als Nederland waren ten tijde van het sluiten van de overeenkomst van partijen, eind 1992, partij bij het Verdrag der Verenigde Naties inzake internationale koopovereenkomsten betreffende roerende zaken, gesloten te Wenen op 11 april 1980 (Trb. 1981, 184 en 1986, 61), hierna te noemen het Weens Koopverdrag. De bepalingen uit dit verdrag zijn ook naar Frans recht op de overeenkomst van toepassing.

7.3. Art. 34 van het Weens Koopverdrag betreft de gehoudenheid van een verkoper tot het afgeven van documenten met betrekking tot verkochte zaken. Tussen partijen is echter in geschil of Tetra Medicals gehouden was het door Bevaplast gewenste dossier te leveren. Bevaplast baseert de gehoudenheid van Tetra Medicals, welke gehoudenheid de basis vormt voor het verweer in conventie en de vordering in voorwaardelijke reconventie, primair op een beweerdelijk naar Nederlands recht bestaande verplichting, welke, aldus Bevaplast eveneens in Frankrijk geldt. De Rb. heeft echter onvoldoende kennis van het Franse recht om dit op dit punt toe te kunnen passen en zal zich hieromtrent laten voorlichten door het Internationaal Juridisch Instituut.

7.4. Alvorens hiertoe over te gaan zal de Rb., nu partijen zich omtrent het toepasselijk recht niet hebben uitgelaten, partijen in de gelegenheid stellen hun stellingen aan te passen aan de toepasselijkheid van het Franse recht, danwel, indien partijen z:ulks wensen, alsnog een uitdrukkelijke rechtskeuze te doen. De zaak zal hiertoe worden verwezen naar de rol. Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.'

[...]

Arrondissementsrechtbank Zutphen, 20-06-1996

[...]

'2.2. Op de onderhavige koopovereenkomst is in de eerste plaats het Weens Koopverdrag van toepassing. Voor zover dit verdrag de rechtsverhouding niet uitputtend regelt, is volgens de regels van het internationaal privaatrecht (art. 4 EVO) Frans recht van toepassing, tenzij partijen een uitdrukkelijke rechtskeuze hebben gemaakt.

2.3. BU vonnis van 29 december 1994 zijn partijen in de gelegenheid gesteld hun stellingen aan te passen aan Frans recht, danwel, indien partijen zulks wensen, alsnog een uitdrukkelijke rechtskreuze te doen. Tetra Medical heeft een keuze gemaakt voor toepasselijkheid van Frans recht; Bevaplast heeft daarentegen gekozen voor Nederlands recht. Nu partijen niet alsnog een eensluidende rechtskeuze hebben uitgebracht, is mitsdien Frans recht van toepassing.

2.4. Met een beroep op art. 39 Weens Koopverdrag stelt Tetra Medical dat Bevaplast het recht om zich erop te beroepen dat de zaken niet aan de overeenkomst beantwoorden heeft verloren, omdat Bevaplast niet tijdig heeft gereclameerd. Dat verweer wordt echter gepasseerd, omdat de reactie van Bevaplast op 13 januari 1993 valt binnen de redelijke termijn van art.39 Weens Koopverdrag, waarbij in aanmerking wordt genomen, dat het Tetra Medical bekend was dat de zaken nog omgepakt moesten worden door Bevaplast.

[…]

2.8. Bevaplast verdedigt de stelling dat als de dossierplicht is gebaseerd op Europese regelgeving deze wettelijke verplichting als zodanig wordt geacht deel uit te maken van de overeenkomst en dat in dergelijke omstandigheden een dergelijke verplichting niet ook nog eens uitdrukkelijk in de overeenkomst behoeft te worden opgenomen. Dit betoog faalt, omdat Europese richtlijnen zich richten tot de regeringen om de nationale wetgeving in overeenstemming te brengen met de Europese regelgeving, en die richtlijnen geen directe werking hebben.

2.9. Daarenboven bestaat er weliswaar een richtlijn (90/385) met betrekking tot het op één lijn brengen van de verschillende wetgevingen inzake medische voorzieningen waaronder ook steriele gaascompressoren vallen, doch de richtlijn 93-42 van de Raad van Europa met betrekking tot medische voorzieningen is eerst op 14 juni 1993 aangenomen (IDCE nr. L169, 12 juli 1993) en op 16 augustus 1995 in het Franse recht opgenomen. Zelfs als men de datum van 14 juni 1993 als uitgangspunt zou nemen, is deze regelgeving niet van toepassing op de onderhavige koopovereenkomst. Het bovenstaande leidt tot de conclusie dat Tetra Medical ook niet op grond van Europese regelgeving gehouden was tot het overleggen van een dossier.'

[...]

APPELLATE COURT
Gerechtshof's Arnhem, 17-06-1997

[...]

'4.2. De grieven 1 en 2 betreffen het toepasselijke recht.

Bevaplast heeft gesteld dat Nederlands recht op grond van een door de partijen gemaakte rechtskeuze moet worden toegepast.

Tetra heeft gesteld dat - naast de bepalingen van het Verdrag der Verenigde Naties inzake internationale koopovereenkomsten betreffende roerende zaken van 11 april 1980 (Trb. 1986, 61; CISG) het Franse recht van toepassing is.

4.3. Bevaplast heeft gesteld dat ook Tetra een rechtskeuze voor Nederlands recht heeft gemaakt doordat Tetra

- haar vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke kosten heeft gegrond op art. 6:96 BW en

- de toepasselijkheid van het Nederlandse Besluit handel gesteriliseerde medische hulpmiddelen niet heeft betwist.

4.4. Een (uitdrukkelijk of stilzwijgende) rechtskeuze dient voldoende duidelijk en ondubbelzinnig te worden gemaakt.

Indien de onder 4.3 genoemde feiten al juist zouden zijn, brengen deze nog niet mede dat Tetra - die zich in deze procedure uitdrukkelijk tegen de toepassing van Nederlands recht heeft verzet - duidelijk en ondubbelzinnig heeft gekozen voor de toepassing van Nederlands recht.

4.5. Nu zowel Nederland als Frankrijk ten tijde van het sluiten van de koopovereenkomst(en) partij waren bij het voornoemde Weens Koopverdrag en de koopovereenkomst(en) roerende zaken betreft (betreffen), is dit verdrag op deze overeenkomst(en) van toepassing.

Voor zover het onderwerpen betreft welke niet door dat verdrag worden geregeld, wordt (worden) de overeenkomst(en) bij gebreke van een gezamen -lijke rechtskeuze op grond van art. 4 van het Verdrag inzake het recht dat van toepassing is op verbintenissen uit overeenkomst van 19 juni 1980 (Trb. 1980, 156) in beginsel beheerst door het Franse recht als het recht van het land waar de verkoper als de partij die de kenmerkende prestatie moest verrichten is gevestigd, nu geen omstandigheden zijn gesteld of gebleken waaruit volgt dat de overeenkomst nauwer is verbonden met een ander land (een dergelijke omstandigheid wordt niet gevormd door het feit dat de zaken in Nederland zijn ingevoerd, zoals Bevaplast lijkt te betogen).

4.ó. Tetra heeft tegen het verweer van Bevaplast dat de geleverde zaken niet beantwoorden aan de overeenkomst zowel in eerste aanleg als in hoger beroep primair aangevoerd dat Bevaplast het recht om zich hierop te beroepen heeft verloren, nu Bevaplast Tetra hiervan niet binnen een redelijke termijn in kennis heeft gesteld.

[…]

4.7. Een koper dient de aan hem geleverde zaken op grond van art. 38 CISG binnen een zo kort mogelijke termijn te keuren of te doen keuren. Op grond van art. 39 CISG verliest de koper het recht om zich erop te beroepen dat de zaken niet aan de overeenkomst beantwoorden, indien hij niet binnen een redelijke termijn nadat hij dit heeft ontdekt of had behoren te ontdekken de verkoper hiervan in kennis stelt, onder opgave van de aard van de tekortkoming.

4.8. In de brief van 11 december 1992 - na levering (van een deel) der gekochte zaken - heeft Bevaplast Tetra nog slechts geprezen voor de snelle wijze van levering.

In haar brief van 13 januari 1993 heeft Bevaplast evenmin aangevoerd dat met het niet-meezenden van dossiergegevens de geleverde zaken niet aan de overeenkomst beantwoorden. Het enkele verzoek tot het geven van inlichtingen (zoals in die brief omschreven) impliceert dit niet. Bovendien heeft Bevaplast na het verkrijgen van de bij die brief gevraagde informatie haar tevredenheid hiermee betoond.

Ook in de brief van 17 februari 1993 wordt niet duidelijk gemaakt dat de geleverde zaken volgens Bevaplast niet aan de overeenkomst beantwoorden. Evenmin wordt dit in de brieven van 1 en 3 maart 1993 ondubbelzinnig duidelijk gemaakt. Bevaplast geeft daarin weliswaar aan dat het ontbreken van bepaalde gegevens aanleiding kan zijn voor beëindiging van de samenwerking en het kopen van gaascompressoren van Tetra, maar (nog steeds) worden hieraan geen consequenties voor de litigieuze overeenkomst(en) verbonden en in het bijzonder wordt niet duidelijk gemaakt dat de geleverde zaken niet aan de gesloten overeenkomst(en) beantwoorden.

Eerst bij brief van 25 maart 1993 deelt Bevaplast aan Tetra mede dat zij wegens het ontbreken van informatie (zij geeft niet aan welke informatie) het recht heeft de van Tetra ontvangen zaken terug te zenden en Tetra voor de door haar geleden schade aansprakelijk te stellen.

De termijn tussen de levering van de zaken (uiterlijk in december 1992) en 25 maart 1993 is in het onderhavige geval niet een redelijke termijn, zoals bedoeld in art. 39 lid I CISG.

Het Hof overweegt hierbij dat, te meer nu volgens Bevaplast de partijen uitdrukkelijk zijn overeengekomen dat de door Bevaplast verlangde dossiergegevens zouden worden meegezonden, Bevaplast erop bedacht had moeten zijn te controleren dat de benodigde gegevens aanwezig waren. Van Bevaplast als importeur van en handelaar in medische hulpmiddelen mag worden verlangd dat zij onmiddellijk ziet of de volgens haar benodigde dossiergegevens bij de geleverde zaken aanwezig zijn en, indien dat niet het geval is, binnen een redelijke termijn Tetra daarvan in kennis stelt. Een dergelijke redelüijke termijn was in casu, zoals hiervoor is overwogen, op 25 maart 1993 overschreden. Daarmede heeft Bevaplast haar recht om zich te beroepen op de stelling dat de geleverde zaken niet aan de overeenkomst beantwoorden, verloren en moet in deze procedure ervan worden uitgegaan dat de geleverde zaken wel aan de overeenkomst beantwoorden.

4.9. Bovendien heeft Bevaplast niet voldoende duidelijk aangegeven welke door haar verlangde gegevens Tetra niet heeft verstrekt, hergeen van haar mocht worden verlangd, nu Tetra heeft gesteld dat zij alle door Bevaplast verlangde gegevens heeft verstrekt.

[…]

Nu vast staat dat Tetra steeds alle door Bevaplast verlangde gegevens heeft verschaaft, kan Tetra op dit punt niet in de nakoming van haar verbintenis zijn tekortgeschoten.

4.10. Nu de prestatie van Tetra aan de overeenkomst(en) beantwoordt, is Bevaplast de overeengekomen koopprijs verschuldigd en moet de op wanprestatie van Tetra gegronde vordering in reconventie worden afgewezen.'

[...]}}

Source

Published in Dutch:
- Nederlands Internationaal Privaatrecht (NIPR), 1997, nr. 341}}