Keywords
Abstract
FullText
Sources
Print
Close
FullText
Date: 20.02.1998
Country: Netherlands
Number: 16.442
Court: Hoge Raad
Parties: W.M.J.M. Bronneberg v. Ceramica Belvedere SpA
EXCERPTS OF FULL TEXTS

FIRST INSTANCE COURT:
Arrondissementsrechbank Hertogenbosch

[…]

4. Deze Rb. is bevoegd van de vorderingen in conventie kennis te nemen op grond van art. 2 van het EEG-executieverdrag. De bevoegdheid van deze Rb. ten aanzien van de reconventionele vorderingen vloeit voort uit art. 6, lid 3, van het EEG-executieverdrag.

5. Het toepasselijke recht
Het onderhavige geschil betreft een internationale koop van roerende lichamelijke zaken. Partijen hebben zich niet expliciet uitgelaten over het toepasselijke recht en evenmin een duidelijke rechtskeuze gemaakt.

De Rb. overweegt ambtshalve, dat volgens de regels van Nederlands internationaal privaatrecht, de verhouding tussen partijen beheerst wordt door het recht van het land van vestiging van de partij, die de karakteristieke prestatie heeft verricht.

In casu leidt dit tot toepassing van het recht van Italië, zijnde het recht van het land waar Belvédère, die als verkoper geacht wordt de karakteristieke prestatie te hebben geleverd, gevestigd is.

Gelet op het feit dat het Verdrag der Verenigde Naties inzake internationale koopovereenkomsten betreffende roerende zaken (CISG, Tractatenblad 1981, 184) voor Italië in werking is getreden per 1 januari 1988 en de onderhavige internationale koopovereenkomst nadien is gesloten en voorts niet gesteld noch gebleken is dat partijen de toepasselijkheid van het verdrag hebben uitgesloten, dient het onderhavige geschil aan de hand van het CISG te worden beoordeeld.

Voorzover bepaalde geschilpunten niet aan de hand van dit verdrag kunnen worden beoordeeld, dienen de te deze toepasselijke bepalingen van het Italiaanse Burgerlijk Wetboek, de Codice Civile te worden toegepast. De toopasselijkheid van de LUVI is, anders dan Belvédère blijkens de conclusie van dupliek in reconventie kennelijk meent, niet aan de orde, nu Italië ten tijde van het sluiten van de onderhavige koopovereenkomst geen partij meer was bij dit verdrag.

[...]

6.5. Ingevolge art. 78 CISG kan Bronneberg aanspraak maken op de wettelijke rente. Naar in de rechtspraak en literatuur wordt aangenomen, is in beginsel rente verschuldigd vanaf de vervaldag. Ingebrekestelling en/of nadere rente-aanzegging is niet vereist. Hierbij wordt wederom de achterliggende bedoeling bij het verdrag van volledige schadevergoeding in ogenschouw genomen. Ook vloeit een en ander voort uit de artt. 59, 61 lid 1 onder b. 74 en 78 CISG, in hun onderlinge samenhang en verband beschouwd.

Het voorgaande leidt ertoe, dat Belvédère aanspraak kan maken op de wettelijke rente met ingang van 24 november 1990. Deze wettelijke rente betreft de wettelijke rente met ingang van 24 november 1990. Deze wettelijke rente ingevolge het Italiaans Burgerlijk Wetboek.'

Volgt veroordeling in conventie en afwijzing in reconventie.

APPELLATE COURT:
Gerechtshof's Hertogenbosch

[…]

'd. Er is niet tegen gegriefd, dat te dezen Italiaans recht, alsmede het Verdrag der Verenigde Naties inzake internationale koopovereenkomsten betreftende roerende zaken, gesloten te Wenen op 11 april 1980, Trb. 1981, 184 en 1986, 61), hierna te noemen het VN Koopverdrag, van toepassing is, zodat ook het Hof daarvan zal uitgaan.'

[…]

SUPREME COURT:
Hoge Raad

[...]

(iii) Op de verhouding tussen partijen is Italiaans recht van toepassing, hetgeen meebrengt dat het onderhavige geschil moet worden beoordeeld volgens de bepalingen van het Verdrag der Verenigde Naties inzake internationale koopovereenkomsten betreffende roerende zaken, gesloten te Wenenop 11 april 1980 (Trb. 1981, 184 en 1986, 61), hierna te noemen het "Weens Koopverdrag".

[…]